Kelder, kruipkelder, vloerplaat of funderingsplaat: welke fundering kies je het best?

kruipkelder

Wie een nieuwe woning laat bouwen, moet heel wat keuzes maken. Dat begint al bij de funderingen. Er zijn namelijk heel wat mogelijkheden: kelder, kruipkelder, vloerplaat of funderingsplaat … Om de juiste keuze te maken, zijn niet alleen jouw behoeften cruciaal, maar ook de aard van het terrein en de grootte van je budget. Een overzicht van de verschillende oplossingen, met hun voor- en nadelen.

Een kruipkelder

Een kruipkelder is een open ruimte onder de vloerplaat van de benedenverdieping van een gebouw. Je kunt er verschillende technische voorzieningen integreren, zoals de afvoer naar de riool,  maar bovenal vermijdt de open ruimte van de kruipkelder problemen met grondwater, overstromingen en grondbewegingen. Bij zo’n constructie rust de grondplaat van de benedenverdieping namelijk niet rechtstreeks op de grond.

De belangrijkste eigenschap van een kruipkelder is die van bufferruimte met een quasi constante temperatuur van 10° C tijdens het hele jaar. Dat zorgt voor een gezond klimaat dat bijdraagt aan de duurzaamheid van de constructie. In tegenstelling tot een kelder is een kruipkelder maar zo’n zestig centimeter hoog. Je kunt er dus niet rechtop in staan en hij levert je geen extra bergruimte op. Wel is de ruimte toegankelijk om er eventuele reparaties aan technische voorzieningen uit te voeren.

Een funderingsplaat

Een funderingsplaat is een plaat van zo’n 20 à 30 centimeter dikte in gewapend beton die op de volledige oppervlakte van de constructie wordt gelegd. Dankzij deze dragende structuur worden funderingswerken zoals gleuven onder de draagmuren van een gebouw overbodig. Eens de funderingsplaat er ligt, kunnen de dragende muren van de woning er rechtstreeks op geconstrueerd worden.

Als de bouwgrond van nature instabiel is (door te mulle grond, een moerassig terrein of een ondiepe grondwaterspiegel, …) en een kruipkelder geen optie is, dan kan een funderingsplaat het gebouw voldoende stevigheid geven. Zo’n plaat zorgt voor een betere verdeling van de belasting op de grond, maar is moeilijker te installeren dan een kruipkelder of een vloerplaat (zonder hieronder).

Een vloerplaat

Een vloerplaat is, zoals zijn naam aangeeft, een betonnen plaat van 12 à 15 centimeter dik, die op de effen gemaakte grond wordt gegoten. Het is een niet-dragende structuur, die omwille van de stabiliteit omringd moet worden door funderingssleuven die steun bieden aan de draagmuren. Op de vloerplaat zelf mogen enkel lichte delen van de constructie rusten.

Maar wat zijn dan de voordelen van een vloerplaat? Ten eerste is de kostprijs lager dan die van een funderingsplaat. Om een vloerplaat te leggen heb je minder materiaal nodig en zijn  erminder funderingswerken, aangezien er geen grond uitgegraven moet worden. Voor de fundering van een gebouw is een vloerplaat dan ook de eenvoudigste, minst omslachtige oplossing.

Een kelder

Een kelder vormt echt een extra ruimte in je woning, waardoor je kostbare plaats wint om dingen op te bergen. Bovendien kun je er allerlei technische voorzieningen groeperen, zoals een verwarmingsketel of een ventilatie-eenheid. Wel vormt de constructie van een kelder een extra kost, waar je in je budget rekening mee moet houden. Daarnaast is het belangrijk om je kelder over te laten aan experts, zodat je later niet geconfronteerd wordt met vochtproblemen.

Naar gelang hun constructie onderscheiden we twee soorten kelders: een gemetselde kelder en een gebetonneerde kelder. Bij het eerste type worden de muren opgetrokken uit bakstenen en rusten ze in de funderingssleuven of op de funderingsplaat in gewapend beton. In het tweede geval wordt de kelder ter plaatse gegoten en bestaat hij uit een funderingsplaat en muren in een betonnen netwerk. Deze oplossing vergt meer werk, maar is ook effectiever tegen vocht.

Weet je niet welk type fundering het meest geschikt is voor jouw sleutel-op-de-deurbouwproject? Neem voor meer informatie gerust contact op met onze bouwexperten.